Home Wetgeving

Wetgeving

STAATSBLAD VAN DE REPUBLIEK SURINAME

WET van 9 december 1995,

DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME,

In overweging genomen hebbende dat – ter in voering van bepalingen in het Burgerlijk Wetboek betreffende produktenaansprakelijkheid en misleidende reclame – het wenselijk is het Burgerlijk Wetboek (G.B.1868 No.14, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B.1983 No.II?) nader te wijzigen;

Heeft, de Staatsraad gehoord, na goedkeuring door De Nationale Ass~mblee. bekrachtigd de onder staande wet:

ARTIKEL 1
In het Burgerlijk Wetboek (G.B.1868 No.14, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B.1983 No.II?) worden de volgende wijziginen aangebracht:
De artikelen 140la tot en met 1401d worden vernummerd tot onderscheidenlijk de artikelen 140lm tot en met 1401p.
Na artikel 1401 worden twaalf nieuwe artikelen opgenomen, luidende als volgt:

Artikel 1401a
De producent is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een gebrek in zijn produkt, tenzij:
hij het produkt niet in het verkeer heeft gebracht; het, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat het gebrek dat de schade heeft veroorzaakt, niet bestond op het tijdstip waarop hij het produkt in het verkeer heeft gebracht, dan wel dat dit gebrek later is ontstaan; het produkt, noch voor de verkoop of voor enige andere vorm van verspreiding met een economisch doel van de producent is vervaardigd, noch is vervaardigd of verspreid in het kader van de uitoefeing van zijn beroep of bedrijf; het gebrek een gevolg is van het feit dat het produkt in overeenstemming is met dwingende overheidsvoorschriften; het op grond van de stand van de wetenschap pelijke en technische kennis op het tijdstip waarop hij het produkt in het verkeer bracht, onmogelijk was het bestaan van het gebrek te ontdekken; wat de producent van een grondstof of fabrikant van een onderdeel betreft, het gebrek te wijten is aan het ontwerp van het produkt waarvan de grondstof of het onderdeel een bestanddeel vormt, dan wel aan de instructies die door de fabrikant van het produkt zijn verstrekt.
De aansprakelijkheid van de producent kan worden verminderd of opgeheven, rekening houdende met alle omstandigheden, indien de schade is veroorzaakt zowel door een gebrek in het produkt als door schuld van ·de benadeelde of een persoon voor wie de benadeelde aansprake lijk is.

3.De aansprakelijkheid van de producent wordt niet verminderd, indien de schade is veroorzaakt zowel door een gebrek in het produkt als door de gedraging van een derde.

Artikel 1401b
Een produkt is gebrekkig, indien het niet de veiligheid biedt die men daarvan mag verwachten, alle omstandigheden in aanmerking genomen en in het bijzonder:
de presentatie van het produkt;
het redelijkerwijs te verwachten gebruik van het produkt;
het tijdstip waarop het produkt in het verkeer werd gebracht.
Een produkt mag niet als gebrekkig worden beschouwd uitsluitend omdat nadien een beter produkt in het verkeer is gebracht.

Artikel 1401c
Voor de toepassing van de artikelen 1401a tot en met 1401i wordt verstaan onder:

a. produkt: een roerende zaak, ook nadat deze een bestanddeel is gaan vormen van een andere roerende of onroerende zaak, alsmede electriciteit, zulks met uit zondering van landbouwprodukten en produkt en van de jacht.

Onder landbouwprodukten en produkten van de jacht worden verstaan produkten van de bodem, van de veehouderij en van de visserij, onderscheidenlijk door jacht verkregen wild of gevogelte, met uitzondering van produkten die een eerste bewerking of verwerking hebben ondergaan.

b. producent: de fabrikant van een eindprodukt, de producent van een grondstof of de fabrikant van een onderdeel, alsmede een ieder die zich als producent presenteert door zijn merk of een ander onderscheidingsteken op het produkt aan te brengen. 2. Onverminderd de aansprakelijkheid van de producent, wordt een ieder die een produkt in Suriname invoert om dit te verkopen, te verhuren of anderszins te verstrekken in het kader van zijn economische aktiviteiten, beschouwd als producent; zijn aansprakelijkheid is dezelfde als die van de producent. 3. Indien niet kan worden vastgesteld wie de producent van het produkt is, wordt elke leverancier als producent ervan beschouwd, tenzij hij de benadeelde binnen een redelijke termijn de identiteit meedeelt van de producent of van degene die hem het produkt heeft geleverd. Indien ten aanzien van een in Suriname geïmporteerd produkt niet kan worden vastgesteld wie de importeur van dat produkt is, wordt evenzo elke leverancier als producent beschouwd, tenzij hij de benadeelde binnen een redelijke termijn de identiteit meedeelt van de importeur of de leverancier die hem het produkt heeft geleverd.

Artikel 1401d
De benadeelde moet de schade, het gebrek en het oorzakelijk verband tussen het gebrek en de schade bewijzen.

Artikel 1402e
Indien verschillende personen op grond van artikel 1401a lid 1 aansprakelijk zijn voor dezelfde schade, is elk van hen voor het geheel aansprakelijk.

lid 1

Artikel 1401f
De aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 1401a bestaat voor:

schade door dood, ziekte of lichamelijk letsel; schade door het produkt toegebracht aan een andere zaak die gewoonlijk voor gebruik of verbruik in de privésfeer is bestemd en door de benadeelde ook hoofdzakelijk in de privésfeer is gebruikt of verbruikt, met dien verstande dat deze schade slechts wordt vergoed tot een door de rechter in redelijkheid en billijkheid te bepalen bedrag.

Artikel 1401g
De rechtsvordering tot schadevergoeding van de benadeelde tegen de producent ingevolge artikel 1401a lid 1 verjaart door verloop van vijf jaren na de aan vang van de dag volgende op die waarop de benadeelde met de schade, het gebrek en de identiteit van de producent bekend is geworden of had moeten worden. 2. Het recht op schadevergoeding van de benadeelde jegens de producent ingevolge artikel 1401a lid 1 vervalt door verloop van tien jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de producent de zaak die de schade heeft veroorzaakt, in het verkeer heeft gebracht. Hetzelfde geldt voor het recht van een derde die mede voor de schade aansprakelijk is, ter zake van regres jegens de producent.

Artikel 1401h
De aansprakelijkheid van de producent uit hoofde van de artikelen 1401a tot en met 1401i kan niet worden uitgesloten of beperkt.

Is jegens de benadeelde tevens een derde aansprakelijk die het produkt niet gebruikt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, dan kan niet ten nadele van die derde worden afgeweken van de regels inzake het regres.

Artikel 140
Het recht op schadevergoeding jegens de producent uit hoofde van de voorgaande artikelen komt de benadeelde toe, onverminderd alle andere rechten of vorderingen.

Artikel 140
Hij die omtrent goederen of diensten die door hem of degene ten behoeve van wie hij handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf worden aangeboden, een mededeling openbaar maakt of laat open baar maken, handelt onrechtmatig, indien deze mede deling in een of meer opzichten misleidend is, zoals ten aanzien van: a: de aard, samenstelling, hoeveelheid, hoedanigheid, eigenschappen of gebruiksmogelijkheden:
de herkomst, de wijze of het tijdstip van vervaardigen:
de omvang van de voorraad;
de prijs of de wijze van berekenen daarvan;
de aanleiding of het doel van de aanbieding;
de toegekende onderscheidingen, getuigschriften of andere door derden uitgebrachte beoordelingen of gedane verklaringen, of de gebezigde weten schappelijke of vaktermen, technische bevindingen of statistische gegevens;
de voorwaarden, waaronder goederen worden geleverd of diensten worden verricht of de betalingen plaatsvindt;
de omvang, inhoud of tijdsduur van de garantie;

de identiteit, hoedanigheden, bekwaamheid of bevoegdheid van degene door wie, onder wiens leiding of toezicht of met wiens medewerking de goederen zijn of worden vervaardigd of aan boden of de diensten worden verricht; vergelijking met andere goederen of diensten.

artikel 1014k
Indien een vordering ingevolge artikel 1401j wordt ingesteld tegen degene die inhoud en inkleding van de mededeling geheel of ten dele zelf heeft bepaald of doen bepalen, rust op hem de bewijslast ter zake van de juistheid of volledigheid van de feiten die in de mededeling zijn vervat of daardoor worden gesuggereerd en waarop het beweerde misleiden de karakter van de mededeling berust, behoudens voor zover deze bewijslastverdeling onredelijk is.2. Indien volgens artikel 1401j onrechtmatig is gehandeld door degene die inhoud en inkleding van de mededeling geheel of ten dele zelf heeft bepaald or doen bepalen, is hij voor de dientengevolge ontstane schade aansprakelijk, tenzij hij bewijst dat zulks noch aan zijn schuld is te wijten noch op andere grond voor zijn rekening komt.3. Indien een vordering als in lid 1 van dit artikel bedoeld, wordt toegewezen jegens iemand die niet tevens aansprakelijk is voor de in artikel 1401k lid 2 bedoelde schade, kan de rechter die de vordering toewijst bepalen, dat de kosten van het geding en van de openbaarmaking van de rectificatie geheel-of gedeeltelijk moeten worden gedragen door degene die de vordering heeft ingesteld; elk der partijen heeft voor het gedeelte van de kosten van het geding en van de openbaarmaking van de rectificatie, dat ingevolge de uitspraak door haar moet worden gedragen, verhaal op ieder die voor de door de publicatie ontstane schade aansprakelijk is.

Artikel 14011
Indien iemand door het openbaar maken of laten openbaar maken van een in artikel 1401j omschreven mededeling aan een andere schade heeft toegebracht of dreigt toe te brengen, kan de rechter hem op vordering van die ander het openbaar ma.ken of laten openbaar maken van zodanige mededeling verbieden, als mede hem veroordelen tot het op een door de rechter aangegeven wijze openbaar maken of laten openbaar maken van een rectificatie va? die mededeling.

2. Vorderingen als in lid 1 van dit artikel bedoeld komen mede toe aan:
rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die ten doel hebben de behartiging van belangen van personen die een beroep of een bedrijf uit oefenen of van eindgebruikers van niet voor een beroep of bedrijf bestemde goederen of diensten, indien deze belangen door het openbaar maken van de mededeling zijn of dreigen te worden aangetast.

andere rechtspersonen met volledige rechtsbevoegd heid, mits de mededeling redelijkerwijze geacht kan worden verband te houden met het door hen nagestreefde doel en dit doel door het openbaar maken van de mededeling wordt of dreigt te worden aangetast.

artikel 2
Op de aansprakelijkheid van producenten ingevolge de artikelen 1401a tot en met 1401i ter zake van produkt en die in het verkeer zijn gebracht op een tijdstip voor het in werking treden van deze wet, is het op dat tijdstip geldende recht van toepassing.

vermoeden van schuld, maar met mogelijkheid tot dis~ culpatie. De ratio hierbij is dat degene, die door een misleidende mededeling schade heeft geleden, doorgaans moeilijk het bewijs zal kunnen leveren dat b.v. de adverteerder schuld had aan de misleiding.

artikel 14011
Dit artikel betreft de vorderingen bij mis leidende reclame: de verbods- en de rectificatie vordering. De schadevergoedingsvordering behoort

ook tot de mogelijkheden, maar wordt buiten beschouwing gelaten, omdat die in de reclamepraktijk als minder effectief wordt beschouwd. Gecombineerd met een dwangsom bereikt men met beide acties een snellere voorziening. Anders dan bij een schadevergoedingsactie is voor het slagen van een verbodsactie of een rectificatieactie niet vereist dat de gedaagde een verwijt treft. Het verweer dat men vorm en inhoud van de misleidende mededeling niet zelf heeft kunnen(mede)bepalen , zal dus – anders dan in het geval van artikel 1401k – het publiciteits medium hier niet kunnen baten.

De vordering tot verbod of rectificatie van een misleidende mededeling komt ook toe aan organisaties’ van belanghebbenden.

Wanneer de rechter een verbod of een bevel tot rectificatie oplegt aan een persoon of instantie die-ten aanzien van de misleiding geen enkel verwijt treft, kan het. onredelijk zijn die gedaagde (publiciteitsmedium) ook nog eens te belasten met de kosten van het geding en van de openbaarmaking van de rectificatie.

1. Indien iemand door het openbaar maken of laten

openbaar maken van een in artikel 1401j omschreven mededeling aan een andere schade heeft toegebracht of dreigt toe te brengen, kan de rechter hem op

vordering van die ander het openbaar maken of laten openbaar maken van zodanige mededeling verbieden, als mede hem veroordelen tot het op een door de rechter aangegeven wijze openbaar maken of laten openbaar maken van een rectificatie van die mededeling.

2. Vorderingen als in lid 1 van dit artikel bedoeld komen mede toe aan:
rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die ten doel hebben de behartiging van belangen van personen die een beroep of een bedrijf uit oefenen of van eindgebruikers van niet voor een beroep of bedrijf bestemde goederen of diensten, indien deze belangen door het openbaar maken van de mededeling zijn of dreigen te worden aangetast.

Een andere rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, mits de mededeling redelijkerwijze geacht kan worden verband te houden met het door hen nagestreefde doel en dit doel door het openbaar maken van de mededeling wordt of dreigt te worden aangetast.

artikel 11
Op de aansprakelijkheid van producenten ingevolge de artikelen 1401a tot en met 1401i ter zake van produkten die in het verkeer zijn gebracht op een tijdstip voor het in werking treden van deze wet, is het op dat tijdstip geldende recht van toepassing.

1. Deze wet wordt afgekondigd in het Staatsblad van de Republiek Suriname.

2. Zij treedt in werking met ingang van de dertigste dag volgende op die van haar afkondiging.

Gegeven te Paramaribo, de ge december 1995

R.R.VENETlAAN

De Vice-President, Voorzitter van de Raad van Ministers,

J.R.AJODHIA

De Minister van Justitie en Politie,

S.K.GIRJASING

Uitgegeven te Paramaribo, de ge december 1995.

De Minister van Binnenlandse Zaken,

S.SABlRAN.

Mede als gevolg van de verslechterende financieel-economische situatie van het land, zijn de rechten en belangen van de consument de afgelopen jaren onder aanmerkelijke druk komen te verkeren. Overheidstoezicht ter bescherming van de consument ontbreekt of is vaak ontoereikend, met name als gevolg van specifieke regelgeving op het gebied van consumentenbescherming.

In dit kader introduceert het onderhavige wetsontwerp in de derde titel van Boek 111 van het Burgerlijk Wetboek, een risico aansprakelijkheid van producenten.

lmporteurs en leveranciers voor schade veroorzaakt door gebrekkige producten, naast de thans reeds bestaande, doch niet toereikend gebleken wettelijke mogelijkheden om de producent van een gebrekkig produkt in rechte aan te spreken.

De nieuwe bepalingen zijn opgenomen bij de regeling van de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. In het wetsontwerp wordt met inachtneming van de eisen van de Surinaamse rechtspraktijk, vrij

nauw aangesloten op de formuleringen in de afdelingen 3 en 4, titel 3 van Boek 6 van het Nieuw Nederlands Burgerlijk Wetboek en als zodanig indirect op de EEG-richtlijn inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken, van 25 juli 1985. Hierbij wordt tevens aangetekend dat een aanmerkelijk deel van de in Suriname geïmporteerde producten afkomstig is uit de EEG-lidlanden, met name Nederland, in welk verband het niet wenselijk wordt geacht dat er een aanzienlijk verschil in niveau van consumenten-

bescherming zou voortbestaan tussen Surinaamse- en buitenlandse consumenten voor producten van onder meer hetzelfde land van herkomst, als gevolg van ontbrekende Surinaamse wetgeving ter zake.

Naast de producten aansprakelijkheid wordt in het onderhavige ontwerp ook de materie van de mis leidende reclame geregeld (1401j tot en met 14011).

Deze regeling heeft uitdrukkelijk ten doel de belangen van zowel consumenten als concurrenten te beschermen. Voorts moet deze regeling evenals de producenten aansprakelijkheid gezien worden als een uitwerking van de algemene regeling van de onrecht matige daad 1386 B.W •• De artikelen bevatten naast een bepaling omtrent het misleidende karakter van de reclame mededeling (art. 1401j), een bepaling omtrent de bewijslast (art. 1401k) en een eigen sanctie bepaling (14011).

Artikelsgewijs Artikel 1401a

De aanhef van het eerste lid legt als hoofd regel een risico-aansprakelijkheid voor gebrekkige producten op de producent daarvan.

In onderdeel a tot en met f zijn de door de producent te bewijzen limitatieve uitzonderingen op deze aansprakelijkheid opgesomd.

Onderdeel a brengt tot uitdrukking dat product aansprakelijkheid een aansprakelijkheid is voor in het verkeer gebrachte producten. Door het gebrekkig product in het verkeer te brengen neemt de producent het risico voor eventuele schadelijke gevolgen van het product op zich. Hij zal zich van deze aansprakelijkheid kunnen bevrijden door bij voorbeeld te bewijzen dat het gebrekkige product door diefstal in het verkeer is gekomen. In het verkeer brengen zal meestal geschieden door verkoop en levering, maar kan ook plaatsvinden door het produkt te verhuren, met toepassing van een lease constructie te verstrekken, enz.

Onderdeel b belast de producent met het bewijs dat het product niet gebrekkig was op het tijdstip dat hij het in het verkeer bracht of dat het gebrek later is ontstaan. Deze bewijs levering kan zeer moeilijk zijn. Door te eisen dat de producent de genoemde feiten “aannemelijk” moet maken, wordt tot uitdrukking gebracht dat aan de op de producent gelegde bewijslast niet al te stringente eisen mogen worden gesteld.

Onderdeel c beperkt het toepassingsgebied van de regeling tot beroeps- of bedrijfsmatig handelende producenten, De bepaling voorkomt dat degene die buiten zijn beroep of bedrijf een product vervaardigt en dit zonder commercieel oogmerk in het verkeer brengt, met een risico-aansprakelijkheid voor produkt schade wordt belast. Het begrip “bedrijf” omvat ook overheidsbedrijf.

Onderdeel d geeft de producent een verweer middel met het oog op het geval dat het product gebrekkig is, omdat bij de vervaardiging ervan bepaalde dwingende overheids voorschriften in acht genomen moesten worden.

artikel 1401b
Het begrip “gebrek” wordt omschreven als het niet verschaffen van de veiligheid die men van het product mag verwachten. Het betreft in deze niet de verwachting van de benadeelde of van de producent, maar om de verwachting van het publiek, dat wil zeggen dat het begrip “verwachting” moet worden geobjectiveerd. De bepaling geeft de rechter een ruime marge voor de beoordeling van deze, voor de aansprakelijkheid van de producent centrale vraag. Van de vele factoren die de gebrekkigheid van een product kunnen bepalen en waarmee de rechter dient rekening te houden, wordt een drietal genoemd.

Onderdeel a betreft de presentatie van het product en brengt tot uitdrukking dat het product in zijn geheel moet worden beschouwd: met inbegrip van aspecten als reclame, verpakking en gebruiksaanwijzing, voor zover van belang voor een veilig gebruik van het product. Zo kan een product onvoldoende veilig zijn, omdat de producent heeft nagelaten bepaalde aanwijzingen voor het gebruik te geven of te waarschuwen voor risico’s die aan het gebruik van het produkt zijn verbonden.

Onderdeel c, stelt buiten twijfel dat de gebrekkigheid van een produkt moet worden beoordeeld naar de veiligheidsnormen die bestonden op het tijd stip waarop het in het verkeer is gebracht. Door de gebrekkigheid te toetsen aan de normen ten tijde van het in het verkeer brengen van het produkt, zijn latere technologische, wetenschappelijke ontwikkelingen echter niet van invloed op de gebrekkigheid van het produkt en daarmee op de aansprakelijkheid van de producent.

artikel 1401 c
De aansprakelijkheid geldt uitsluitend voor gebreken in roerende zaken. Electriciteit wordt in tegenstelling tot gas en water, afzonderlijk genoemd daar electriciteit kan worden gebracht onder het civielrechtelijk begrip: zaak. Wat betreft schade veroorzakende gebreken in electriciteit is met name gedacht aan afwijkingen in de netspanning.

Paragraaf b omschrijft het begrip producent.

Bij de categorie van degenen die door het aanbrengen van onderscheidende aanduidingen op het product de indruk te wekken de producent te zijn, valt te denken aan met name groothandelaren, enz. Degenen die voor reclamedoeleinden zijn naam aan het product verbindt, zoals bijvoorbeeld een autobedrijf, valt niet onder de omschrijving, omdat daardoor niet de indruk van producent schap ontstaat.

Artikel 1401 f
Dit artikel geeft een opsomming van de soorten schade waarvoor de producent aansprakelijk is.

De aansprakelijkheid voor zaak schade is beperkt tot schade die in de privé sfeer is geleden. Daartoe zijn een tweetal criteria opgenomen. Naar Surinaams recht heeft in geval van lichamelijk letsel de gewonde mede recht op vergoeding van onstoffelijke (immateriële) schade.

Artikel 1401h
Volgens lid 1 kan de aansprakelijkheid voor gebrekkige producten niet worden uitgesloten of beperkt. De nieuwe aansprakelijkheidsregeling wordt aldus tot dwingend recht verklaard.

De regres verhouding kan contractueel tussen partijen worden geregeld. Bij het ontbreken van een dergelijke regeling pleegt de rechter de draagplicht van de aansprakelijke personen te bepalen aan de hand van de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen. De rechter heeft daarbij een zekere vrijheid om naar billijkheid rekening te houden met de uiteenlopende ernst van de eventueel gemaakte fouten en andere omstandigheden van het geval, zoals de vraag of de derde de zaak beroeps- of bedrijfsmatig gebruikt dan wel als particulier, de vraag hoe de verschillende aansprakelijkheden verzekerd zijn, enz.

Partijen kunnen bij overeenkomst hun onder lange draagplicht op een andere wijze regelen, mede met het oog op hun verzekering mogelijkheden. Vanuit een oogpunt van consumentenbescherming is dit aanvaardbaar, voor zover het gaat om overeenkomsten tussen partijen die beide beroeps- of bedrijfsmatig handelen. In de gevallen waarin de mede aansprakelijke persoon als particulier optreedt, zou het niet

bevredigend zijn wanneer zijn regresrecht jegens de producent kan worden uitgesloten, zodat hij de eventueel door hem betaalde schadevergoeding niet kan verhalen. Om deze reden wordt in lid 2 de uit het algemene recht voortvloeiende regres verhouding in zoverre tot dwingend recht verklaard. Dit belet de rechter niet om op de hiervoor aangegeven wijze met de bijzondere omstandigheden van het geval rekening te houden. Voorkomen wordt slechts dat deze vrijheid door afwijkende contractuele regeling van de regres verhouding aan de rechter wordt ontnomen.

Dit artikel brengt het niet exclusieve karakter van de nieuwe aansprakelijkheidsgrond tot uitdrukking. De benadeelde behoudt de mogelijkheden die het bestaande recht hem reeds biedt, om een vordering jegens de producent in te stellen. Dit is van belang in de gevallen waarin de nieuwe grond geen toepassing kan vinden.

Artikel 1401j
De misleidende mededeling dient in de uit oefening van een beroep of bedrijf te zijn gedaan. Onverschillig is:a. of de mededeling schriftelijk of mondeling wordt gedaan enb. welke verspreidingsmethode (pers, radio,.tv,
bioscoop, markt) wordt gehanteerd. Wel dient de mededeling openbaar te zijn gedaan~ Voldoende is dat het consumentenpubliek kennis k~n nemen van de mededeling. Wie de misleidende mededeling niet zelf openbaar maakt, maar door een ander openbaar laat maken, handelt ook onrechtmatig. In de onderdelen a-j geeft het ontwerp een niet-limitatief aantal (“zoals”) opzichten waarin de mededeling misleidend kan zijn. De intelligentie en het voorstellingsvermogen van het gemiddelde publiek is hierbij in beginsel de toetsingsmaatstaf.

Bij het vaststellen van het criterium voor mis leiding moet indachtig gehouden worden dat over drijvin~ ~nhere~t is aan reclame (overbelichting van positieve eigenschappen en onderbelichting van negatieve eigenschappen). De grens van het toelaat bare wordt hierbij in elk geval overschreden, wanneer zodanige nadelige eigenschappen of aspecten worden verzwegen dat er redelijkerwijs van kan worden uit gegaan dat een gemiddelde consument in de categorie tot welke de reclame is gericht, niet tot de trans actie betreffende het aangeprezen goed of de aangeprezen dienst zou zijn overgegaan als hij daarvan wel weet zou hebben gehad.

Artikel 1401k
Dit artikel voorziet in een verlichting van de bewijslast voor diegene die op grond van artikel 1401j wil ageren. Lid 1 doet dat door de bewijslast ten aanzien van de onrechtmatigheid om te keren, lid 2 doet hetzelfde ten aanzien van de toerekenbaarheid.

Beide artikel leden verschuiven de bewijslast alleen dan wanneer de onrechtmatige misleiding is uitgegaan van iemand die inhoud en vorm van de mededeling geheel of ten dele zelf bepaald of heeft doen bepalen.

Wat het in lid 1 bepaalde betreft kan de eiser vol staan met te stellen dat de mededeling misleidend is. De gedaagde (adverteerder, reclamebureau) zal dan de juistheid, de volledigheid of anderszins het niet misleidend karakter van de medegedeelde feiten aannemelijk moeten maken, tenzij zo een omkering van de bewijslast onredelijk zou zijn. Voor de persoon of instantie die invloed heeft gehad op de inhoud en de vorm van de misleidende mededeling geeft lid 2 een vermoeden van schuld, maar met mogelijkheid tot dis~culpatie. De ratio hierbij is dat degene, die door een misleidende mededeling schade heeft geleden, doorgaans moeilijk het bewijs zal kunnen leveren dat b.v. de adverteerder schuld had aan de misleiding.

artikel 14011
Dit artikel betreft de vorderingen bij mis~. leidende reclame: de verbods- en de rectificatie vordering. De schade vergoeding vordering behoort ook tot de mogelijkheden, maar wordt buiten beschouwing gelaten, omdat die in de reclame praktijk als minder effectief wordt beschouwd. Gecombineerd met een dwangsom bereikt men met beide acties een snellere voorziening. Anders dan bij een schade vergoeding actie is voor het slagen van een verbod actie of een rectificatie actie niet vereist dat de gedaagde een verwijt treft. Het verweer dat men vorm en inhoud van de misleidende mededeling niet zelf heeft kunnen(mede)bepalen , zal dus – anders dan in het geval van artikel 1401k – het publiciteitsmedium hier niet kunnen baten.

De vordering tot verbod of rectificatie van een misleidende mededeling komt ook toe aan organisaties! van belanghebbenden.

Wanneer de rechter een verbod of een bevel tot rectificatie oplegt aan een persoon of instantiedie ten aanzien van de misleiding geen enkel verwijt treft, kan het. onredelijk zijn die gedaagde (publici teitsmedium) ook nog eens te belasten met de kosten van h~t geding en van de openbaarmaking van de rectificatie.

De rechter kan dan bepalen dat genoemde kosten geheel of gedeeltelijk door eiser worden gedragen, die op zijn beurt verhaal heeft op diegene die aansprakelijk is voor de door de misleidende mededeling ontstane schade. In de praktijk zal die meestal de adverteer der wezen.

Paramaribo, 10 oktober 1995. De Minister van Justitie en Politie,

S.K.GIRJASIN6